Kolgans

Ganzen

samenvatting Faunabeheerplan paragraaf ganzen
(kolgans – brandgans – grauwe gans)

 
Algemeen
In Overijssel komen standganzen voor die jaarrond in de provincie verblijven. Het gaat daarbij om populaties grauwe ganzen, brandganzen en kolganzen. Daarnaast komen in de periode oktober tot en met maart trekganzen vanuit hun noordelijk gelegen broedgebieden naar Overijssel. Hierbij gaat het om grauwe ganzen, rietganzen (zowel de taigarietgans als de toendrarietgans), kleine rietganzen, brandganzen en kolganzen. De aantallen ganzen zijn sinds 2005 fors toegenomen. Hierdoor is ook de schade aan gewassen, met name graslanden, sterk toegenomen.

Schade
De totale uitgekeerde schade door alle in Overijssel voorkomende ganzen bedroeg 668.637 euro in 2013. Hiermee is de totale schade vanaf 2005 met bijna 80% gestegen. De schade is daarbij voor 95 % aan overig jarig grasland. De grootste schade wordt veroorzaakt door de grauwe gans (305.099 euro in 2013). Deze komen in Overijssel zowel voor als standgans en trekgans verspreid over de gehele provincie. Deze schade is vanaf 2005 meer dan verdubbeld.
Ook de kolgans veroorzaakt veel schade (278.680 euro in 2013). Hier betreft het met name trekganzen, omdat uit zomertellingen blijkt dat kolgans nauwelijks als broedvogel voorkomt. In
2013 zijn er namelijk 155 kolganzen in de zomer geteld. De schade is vanaf 2005 met bijna 50%
toegenomen. De schade door brandganzen en rietganzen in Overijssel is beperkter van omvang. De grootste schade ontstaat wanneer het groeiseizoen start. Daarnaast is er erg veel schade bij dooi na een vorstperiode op lichte kleigronden (IJssel). Wanneer dit is, is afhankelijk van de weersomstandig-heden maar is doorgaans vanaf half februari.

Preventieve maatregelen
Uit ontheffingaanvragen van de Faunabeheereenheid van de afgelopen beheerperiode blijkt dat als preventieve maatregel om schade aan gewassen te voorkomen, zowel visuele als akoestische middelen ingezet (linten, poppen, vlaggen, menselijke verjaging en verjaging met een hond). Bovendien moeten agrariërs om in aanmerking te komen voor een financiële schadevergoeding door het Faunafonds ook preventieve maatregelen getroffen hebben. In de afgelopen jaren is gebleken dat de inzet van preventieve maatregelen inclusief het gebruik van het geweer niet het gewenste effect hebben bereikt. De schade aan gewassen neemt nog ieder jaar toe.

Noodzaak en doel duurzaam beheer
De toenemende aantallen ganzen en de hierdoor veroorzaakte schade aan de landbouw laten duidelijk zien dat beheer van de populatie ganzen in Overijssel nodig is.
1.   belangrijke (dreigende) schade
2.   toename van de aantallen ganzen, waarbij de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar komt
3.   er geen andere bevredigende oplossingen zijn.
Op basis van de schadehistorie en de populatiegroei is -provinciebreed en jaarrond- duurzaam
beheer (teruggaan naar populatieomvang van 2005) noodzakelijk voor de Grauwe Gans. De schade is fors toegenomen van 130.363 euro in 2005 naar 305.099 euro in 2013 (bijna 1,5x zoveel). De gunstige instaat van instandhouding komt niet in gevaar. Het aantal standganzen is sinds 2005 met driekwart toegenomen van 13.654 in 2005 tot 23.762 in 2013. De populatie overwinterende grauwe gans is eveneens toegenomen van 10.467 in de winter van 07/08 naar 11.067 in de winter van 11/12.  Voor de Kolgans is ook provinciebreed duurzaam beheer noodzakelijk. Schade en aantal is sinds 2005 fors toegenomen. Het betreft hier grotendeels trekganzen, omdat de kolgans nauwelijks jaarrond blijft. In 2013 zijn 155 kolganzen in de zomer geteld. Schade is met bijna 50% toegenomen van 188.091 in 2005 tot 278.680 in 2013.
De brandgans en rietgans veroorzaken in beperktere mate – en niet in de gehele provincie schade. Noodzaak van beheer moet zich daarom beperken tot de WBE’s waar schade optreedt.

Beheer
• Een provinciebrede ontheffing ex art 68 voor doden van de Grauwe gans ter voorkoming van belangrijke schade jaarrond
• Ontheffing ex art 68 voor doden Kolgans ter voorkoming van belangrijke schade in de WBE’s waar afgelopen jaren schade is aangetoond.
• Ontheffing ex art 68 voor doden brandganzen ter voorkoming van belangrijke schade in de WBE’s waar afgelopen jaren schade is aangetoond
• Ontheffing ex art 68 voor doden rietganzen (trekganzen in de periode wanneer deze aanwezig zijn in de provincie van grofweg 1 oktober tot 1 april ) voor de WBE’s waar afgelopen jaren schade is aangetoond.
• Ontheffing ex art 68 voor nestbehandeling grauwe ganzen (periode 1 maart tot 1 augustus)

Monitoring
Monitoring van de populatie, schade en afschot van ganzen in Overijssel is een belangrijk onderdeel van het beheer. Op deze wijze kan de Faunabeheereenheid het doel om terug te gaan naar de populatie van 2005 jaarlijks monitoren (zijn we op de goede weg?). Bovendien  wordt hiermee invulling gegeven aan het ‘hand aan de kraan’ principe om de gunstige staat van instandhouding te bewaken.
Monitoring door middel van:
• Jaarlijkse zomertelling georganiseerd door de Fbe, met als uitgangspunt een provinciebrede telling conform het protocol zomertelling ganzen van de landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen (april, 2012)
• Op basis van gegevens van Sovon jaarlijks de populatie van trekganzen in Overijssel in beeld  brengen.
• Bijhouden afschotgegevens via het Faunaregistratiesysteem (FRS).
• Bijhouden gewasschade cijfers via het Faunafonds.